{"id":1225,"date":"2017-02-12T00:34:21","date_gmt":"2017-02-11T23:34:21","guid":{"rendered":"https:\/\/01-diefstal-advocaat.nl\/?page_id=1225"},"modified":"2017-02-12T15:12:17","modified_gmt":"2017-02-12T14:12:17","slug":"wanneer-poging-diefstal","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/01-diefstal-advocaat.nl\/wanneer-poging-diefstal\/","title":{"rendered":"Wanneer poging diefstal"},"content":{"rendered":"

Voor een veroordeling ter zake van (voltooide) diefstal<\/span> van een aan een ander toebehorend goed – een en ander als bedoeld in art. 310 Sr – is onder meer vereist dat de dader zich een zodanige feitelijke heerschappij over dat goed heeft verschaft dan wel dit zodanig aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken dat de wegneming van het goed als voltooid kan gelden\u00a0(HR 13 december 1977, NJ 1978, 593) of – positief geformuleerd – het goed (van andermans) onder zijn feitelijke heerschappij hebben gebracht.(HR 7 oktober 1980, NJ 1981, 80)<\/p>\n

Klaarzetten van de buit<\/h3>\n

Het klaarzetten van de buit kan niet te snel worden opgevat als een voltooide diefstal. Meestal blijft het dan nog bij een poging tot diefstal, zie bijv.<\/p>\n