{"id":1179,"date":"2017-02-11T22:06:35","date_gmt":"2017-02-11T21:06:35","guid":{"rendered":"https:\/\/01-diefstal-advocaat.nl\/?page_id=1179"},"modified":"2018-11-10T11:02:20","modified_gmt":"2018-11-10T10:02:20","slug":"wanneer-verduistering","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/01-diefstal-advocaat.nl\/wanneer-verduistering\/","title":{"rendered":"Wanneer verduistering"},"content":{"rendered":"
\n
\n\t

Van verduistering is sprake als u zichzelf een goed dat aan een ander toebehoort toe-eigent, terwijl dat goed niet afkomstig is van een misdrijf. Zou er wel sprake zijn van een misdrijf, dan is er sprake van heling<\/a>. Voorbeelden van verduistering is het vinden van een portemonnee of telefoon.<\/p>\n

Verduistering: wederrechtelijk toe-eigenen<\/h3>\n

Voor strafbaarheid ingevolge art. 321 Sr is voorts vereist dat de verdachte zich de goederen wederrechtelijk toe-eigent. Van wederrechtelijke toe-eigening is sprake als de verdachte zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een aan een ander toebehorend goed\u00a0(Vgl. HR 24 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC8253, NJ 1990\/256. Zie bijv. ook HR 9 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4091, HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL9110, NJ 2010\/411, HR 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:32, HR 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:859, NJ 2014\/473 en HR 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:57). De toe-eigening is wederrechtelijk wanneer de gedragingen van verdachte verder gaan dan is toegestaan krachtens het recht op grond waarvan de dader het goed onder zich heeft (HR 24 februari 1913, NJ 1913, p. 669; NLR 2\/321).
\nDat kan bijvoorbeeld blijken uit het feit dat iemand het desbetreffende voorwerp probeert te verkopen of voor zichzelf wil behouden en aldus zich als eigenaar gedraagt (Vgl. HR 18 december 2012, ECLI:NL:HR:BY5436 en HR 13 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8306.).
\nHet zuiver negatieve nalaten van moeite om iets aan de eigenaar terug te geven is, zelfs niet als overeengekomen is dat dit zonder aanmaning zal geschieden, geen toe-eigening in de hier bedoelde betekenis. Maar wanneer daar nog iets bij komt, zoals niet nagekomen beloften na pogingen van de rechthebbende weer de beschikking te krijgen over de zaak die de ander onder zich heeft, kan het anders komen te liggen (vlg. bijv. HR 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:32.).
\nDe enkele omstandigheid dat de verdachte een gehuurd\/geleased of geleend goed niet heeft teruggebracht of de verschuldigde geldsommen niet heeft betaald (en niet heeft gereageerd op aanmaningen daartoe), is evenwel niet voldoende voor het bewijs van wederrechtelijke toe-eigening (<\/span>Vgl. HR 23 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3888,\u00a0<\/span>NJ\u00a0<\/span>2007\/84, HR 24 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH5189, HR 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:57 en HR 30 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1771).<\/span><\/p>\n

Artikel 321 Sr impliceert opzet op de wederrechtelijkheid van de toe-eigening. Bewezen moet worden verklaard dat cli\u00ebnt opzet had - al dan niet in voorwaardelijk zin - op het wederrechtelijke van zijn gedraging.<\/p>\n

Verduistering in dienstbetrekking<\/h3>\n

Wanneer een goed door een medewerker van een winkel of bedrijf wordt gestolen, levert dit verduistering in dienstbetrekking op.<\/p>\n

> Meer informatie verduistering in dienstbetrekking<\/a><\/p>\n

Toebehoren bij verduistering<\/h3>\n

> Meer informatie toebehoren bij verduistering<\/a><\/p>\n

Geen verduistering<\/h3>\n

Voorbeelden van zaken waarbij geen verduistering is vastgesteld:<\/p>\n