Verduistering in dienstbetrekking

Wanneer een goed door een medewerker van een winkel of bedrijf wordt gestolen, levert dit verduistering in dienstbetrekking op.

Verduistering in dienstbetrekking in de wet

Verduistering in dienstbetrekking is strafbaar gesteld in art. 322 Sr.:
“Verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking of van zijn beroep, of tegen geldelijke vergoeding onder zich heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie”.

Verduistering wordt nader omschreven in art. 321 Sr:
“Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toeëigent”

Bij verduistering in dienstbetrekking gaat het aldus om het opzettelijk en wederrechtelijk toe-eigenen van een goed dat de verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking of van zijn beroep, of tegen geldelijke vergoeding onder zich heeft, welke goed aan een ander (de werkgever, opdrachtgever, etc.) toebehoort.

Dienstbetrekking

De strafverzwaring van verduistering is ingegeven door het vertrouwen dat gesteld moet kunnen worden in een persoon die een goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking of van zijn beroep onder zich heeft. Het gaat bij een persoonlijke dienstbetrekking om de verhouding tussen een ondergeschikte (de ‘dienaar’) jegens zijn meerdere (zijn ‘meester’). Van een persoonlijke dienstbetrekking a.b.i. art. 322 Sr is sprake indien iemand werkzaam is in ondergeschiktheid. Of daarvan sprake is hangt af van de omstandigheden van het geval (Hoge Raad 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3368)

Voorbeelden verduistering in dienstbetrekking

Voorbeelden van zaken in de jurisprudentie van verduistering in dienstbetrekking:

  • Taakgestrafte die iets steelt bij project (kringloopwinkel)
    vlg HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3368
    Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte de goederen naar buiten heeft verplaatst en daar onder een papiercontainer heeft neergelegd, kennelijk met de bedoeling om de goederen aan het zicht te onttrekken. Die handeling kan niet worden aangemerkt als een handeling die past binnen de werkzaamheden die hij behoorde te verrichten. Uit de context waarin die handelingen zijn gepleegd kan dan ook worden afgeleid dat verdachte de wil had om zelf als heer en meester over de goederen te kunnen beschikken
Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden