Res nullius

Res nullius betekent letterlijk ‘zaak van niemand’. Het gaat om een zaak waarvan objectief bezien kan worden aangenomen dat die is achtergelaten en dus aan niemand anders toebehoort.

Vrijspraak bij res nullius

Indien een goed wordt weggenomen dat t.t.v. het wegnemen niet toebehoort aan een ander is geen sprake van diefstal (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BZ5952 en ECLI:NL:HR:2015:3212). Ditzelfde geldt uiteraard bij een verdenking voor verduistering.

Achtergrond res nullius

Uit art. 310 Sr volgt dat het goed dat wordt gestolen aan iemand anders moet toebehoren. Een goed dat aan niemand toebehoort is niet vatbaar voor diefstal zodat diefstal van een res nullius (of het daaronder vallende res derelicta) is uitgesloten.1De vraag of een zaak (nog) een eigenaar heeft dan wel als ‘niet toege-eigend’ of als verlaten beschouwd moet worden, moet naar de omstandigheden van het geval beantwoord worden. Daarbij moet primair aansluiting worden gezocht op regels van burgerlijk recht over de verkrijging en het verlies van eigendom zonder overgang. Art. 5:18 Burgerlijk Wetboek (BW), bepaalt dat de eigendom van een roerende zaak wordt verloren wanneer de eigenaar het bezit prijsgeeft met het oogmerk om zich van de eigendom te ontdoen, zoals bijvoorbeeld grof vuil dat aan de stoep wordt gezet. Door afstand te doen van de eigendom van de roerende zaak (derelictio) wordt de zaak een res nullius en daarmee krachtens art. 5:4 BW vatbaar voor toe-eigening. Voor de rechtmatigheid van de toe-eigening moet dus vaststaan dat de zaak aan niemand toebehoort. Voor goederen die onbeheerd worden gevonden kan dat worden afgeleid uit de staat waarin of de omstandigheden waaronder het goed wordt aangetroffen, maar enkel de onbeheerde staat is onvoldoende om aan te nemen dat dat goed aan niemand toebehoort.2 Die ‘uiterlijke verschijningsvorm’ waarin het goed wordt aangetroffen is van belang nu doorgaans niet wordt aangegeven dat het goed is afgedankt of (met andere woorden) dat het toebehoren is opgegeven.
Zie ook de conclusie van de A-G mr.t Harteveld van 17 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1670, rov 3.7, waarin hij wijst op het belang van de (geldelijke) waarde van een object bij het beantwoorden van de vraag of het toebehoren is opgegeven.

Res derelicta

Daarnaast is bij diefstal de vraag naar het opzet van de dader van belang. Als niet zonder meer duidelijk is of de eigenaar de eigendom van een zaak heeft willen prijsgeven, dan kan de vinder die zich de zaak toe-eigent in de veronderstelling zijn met een res derelicta van doen te hebben en kan hij zich beroepen op het feit dat hij geen oogmerk had tot wederrechtelijke toe-eigening. Als de dader al dan niet ten onrechte meende dat het goed aan niemand toebehoorde, moet hij worden vrijgesproken omdat het vereiste opzet ontbreekt, tenzij het hoogst onwaarschijnlijk is dat de verdachte heeft gedwaald. Dat het weggenomen goed aan een ander toebehoort, is voorts een objectief vereiste, dat los staat van hetgeen de verdachte meende of dacht en ook bewezen zal moeten worden. Als er geen bewijs is dat het goed aan een ander toebehoorde, zal eveneens vrijgesproken moeten worden.
Vgl. de conclusie van de A-G mr. Knigge bijHR 6 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8511.
Zie voorts de conclusie van mr. Silvis voor HR 4 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO4470, en de conclusie van de mr. Fokkens van 20 april 1999 , ECLI:NL:PHR:1999:ZD1510.

Voorbeelden res nullius

Voorbeelden van zaken waarbij een res nullius is aangenomen zijn:

  • Fiets niet op slot stond,  had twee platte banden had, was een ‘barrel’ had geen waarde had. “Het feit dat een oude fiets met platte banden kennelijk onbeheerd en zonder op slot te zijn gezet is achtergelaten, terwijl het dossier geen aanwijzingen bevat dat er een eigenaar bekend is, laat staan dat die eigenaar (achteraf) aangifte heeft gedaan van de poging tot diefstal van de fiets, vormt mijns inziens in ieder geval een aanwijzing dat de fiets was prijsgegeven door de oorspronkelijke eigenaar en dus niet (meer) aan iemand toebehoorde”.(HR 3 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3212).

Contra-indicaties res nullius

In de jurisprudentie zien we enkele omstandigheden die een contra-indicatie kunnen opleveren voor het aannemen van een res nullius:

  •  fiets stond afgesloten met kettingslot (Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 5 augustus 2010, LJN: BN3305).
Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden